maandag, oktober 02, 2006

De waterlelie van Frederik van Eeden

Een mooi gedicht van Frederik van Eeden: De waterlelie. En zijn bekendste.

Wim de Bie schreef erover in zijn Bieslog:

Vanavond zag ik een eenzame waterlelie.
De waterlelie bloeide daar, veronderstelde ik, als eerbetoon aan de man die hem zo mooi heeft beschreven.

Ik fietste langs de Karnemelksesloot. Aan de overkant lag, een eeuw geleden, de kolonie Walden, het leefexperiment van schrijver Frederik van Eeden.

Op deze plek stapte hij op een laat-zomerse avond in een bootje, met vrouw en zoontjes, om nog een eindje te gaan roeien in de vallende avond.
Terug in zijn hut, schreef hij zijn bekendste gedicht:

De Waterlelie

Ik heb de witte water-lelie lief,
Daar die zo blank is en zo stil haar kroon
uitplooit in 't licht.

Rijzend uit donker-koele vijvergrond,
heeft zij het licht gevonden en ontsloot
toen blij het gouden hart.

Nu rust zij peinzend op het watervlak
en wenst niet meer...

De bloem werd Van Eedens 'handelsmerk', op al zijn boeken liet hij het embleem van de waterlelie drukken.
De meeste van zijn geschriften zijn vergeten.
Maar de waterlelie die ik vanavond zag, is Frederik van Eeden niet vergeten.

Anders ga je niet, uitgerekend op deze plek, zo mooi liggen peinzen op het watervlak.

Het gedicht stamt uit 1901. Vanavond las ik dat in de Nieuwe Gids van 1887, Van Eeden was toen redacteur, een redelijk vernietigende recensie verscheen over een gedicht, getiteld "De waterlelie". Dit gedicht lijkt genoeg op dat van Van Eeden, om te mogen concluderen dat hij zich erdoor heeft laten inspireren. Bizar, gezien de vernietigende recensie op het origineel. Wie die recensie schreef is niet bekend, maar Van Eeden zal er waarschijnlijk zijn fiat aan gegeven hebben. Het originele gedicht, van Elize Knuttel-Fabius, luidt:

Eenzaam op haar ranken stengel
Droomt een schoone witte lelie
In een'stillen waterplas
Aan haar voet het groen bekroosde,
Troebel, dichtbegroeid moeras.

Somtijds breekt het somber zwijgen
Van de nachtelijke stonden
't Rits'len van een vallend blad,
Hoort men langs den donkren oever
Schuiflen hagedis en pad.

Maar de witte waterlelie
Wiegelt droomend op haar stengel,
Blikkend naar den hemeltrans;
In haar kelk, den smetloos reinen,
Werpt de maan haar zilverglans.

Labels:

1 Reacties:

Blogger Lepus Europaeus zei...

Ik compimenteer je met deze bijzondere blog-bijdrage. Ik ben met name getroffen door het meta-meta-meta-mata-perspectief: een artikel over een door jou waargenomen waterlelie, die jij beschrijft na.v. een beschrijving door Bie, met behulp van een beschrijving van een waterlelie (van Van Eeden) op basis van de beschrijving van een waterlelie door Knuttel-Fabius. Fraai geconstrueerd.

Jammer dat waterlelies zelf niet kunnen dichten, alleen opengaan.

Dat doet me trouwens denken aan een Engelse les van Freek de Jonge: "Dicht is in het Engels close, en bij ons is dat weer een dichter" (als je hem hoort is-tie leuker, moet ik toegeven).

7:13 a.m.  

Een reactie posten

<< Home